Nieuws

Laat je niet verrassen door een taxuskever

Gepubliceerd op
1 juni 2015

Het Proefcentrum Pamel werkt aan de monitoring en beheersing van de taxuskever. Deze kever kan kleinfruitaanplanting ernstig beschadigen. Dit gebeurt in het kader van het demonstratieproject BIOROOTS dat gefinancierd wordt door de Vlaamse Overheid, Departement Landbouw en Visserij.

Laat je niet verrassen door een taxuskever

Taxuskever kan uw kleinfruitaanplanting ernstig beschadigen. De schade door de volwassen taxuskever wordt gekenmerkt door typische ronde hapjes die uit de randen van de bladeren worden weggevreten. De kevers zijn in staat om ook door zijnerven en hoofdnerven te bijten. Bij frambozen vreten ze liefst aan de bloemen, met misvormde vruchten tot gevolg. Naast deze bovengrondse vraat, die al belangrijke economische schade teweeg kan brengen, is larvale vraat aan het wortelgestel van vooral jonge planten oorzaak van heel wat plantuitval en productieverlies in de kleinfruit- en de sierteeltsector. De taxuskever komt in kleinfruit met name voor bij blauwe bes, aardbei, bosbes, framboos, kruisbes, zwarte bes en druif.

Figuur 1. Links: Schadebeeld bovengronds veroorzaakt door de taxuskever (Masiuk M., Penn State University Cooperative Extension). Midden: Wortelvraat bij herstframboos (Kweli). Rechts: Wortelvraat bij blauwe bes (Duke).
Figuur 1. Links: Schadebeeld bovengronds veroorzaakt door de taxuskever (Masiuk M., Penn State University Cooperative Extension). Midden: Wortelvraat bij herstframboos (Kweli). Rechts: Wortelvraat bij blauwe bes (Duke).
Op het moment dat taxuskeverschade wordt vastgesteld, kan deze al zover gevorderd zijn dat de aanplant niet meer te redden is. Er zijn meerdere redenen waarom een aantasting door taxuskever niet altijd tijdig wordt waargenomen:
  • de kever is meestal ‘s nachts actief en verschuilt zich overdag,
  • het gewas waarop de kever vreet is niet noodzakelijk het gewas waarop en waaronder de eieren worden afgezet,
  • door het veelvuldig gebruik van afdekmaterialen op biologische bedrijven heeft de kever meer kans om langer ongemerkt zijn gang te gaan.

Levenscyclus

De taxuskever heeft meestal één generatie per jaar, waarbij overwintering gebeurt als larve. In beschermde teelten kunnen er jaarlijks twee of meerdere generaties zijn en is bovendien ook overwintering als kever mogelijk. Overwinterende kevers kunnen al zeer vroeg in het voorjaar (april-mei) de eileg hervatten. De volwassen kevers uit de overwinterde larven verschijnen volop gedurende de maanden juni-juli en beginnen na twee tot drie weken elke dag eitjes af te leggen. Een volwassen kever kan tot 300 eitjes afleggen. Na een drie weken komen de jonge larven uit de eitjes. Er worden vijf larvale stadia doorgemaakt, terwijl de larven zich voeden met de wortels van de planten. Tijdens de eerste drie larvale stadia (najaar en vroege voorjaar) beperkt de vraatschade zich tot de fijnere worteltjes. Vanaf het begin van het vierde larvale stadium treedt vraatschade op aan de grotere wortels. Als de bodemtemperatuur voldoende daalt, gaan de taxuskeverlarven tijdelijk in winterrust. Is de winter uitermate zacht, dan gaat de vraat echter gedurende de ganse winter verder (zoals in Proefcentrum Pamel is vastgesteld in de winter van 2013-2014). Na een fase van verpoppen in een aarden omhulsel komen we vervolgens terug aan het begin van de cyclus, met nieuwe volwassen kevers.

Figuur 2. Levenscyclus van de taxuskever (Moorhouse, 1992).
Figuur 2. Levenscyclus van de taxuskever (Moorhouse, 1992).

Meer informatie

Meer weten over monitoring, controle op volwassen kevers en larven of deelname aan een workshop, lees het volledige CCBT-artikel: Laat je  niet verrassen door de taxuskever!

Bron: CCBT

Contact

Paul Hendrickx, Proefcentrum Pamel, proefcentrum.pamel@vlaamsbrabant.be