Nieuws

Knelpunten en oplossingen voor ggo-vrije additieven en hulpstoffen voor biologische (dier-) voeding

Gepubliceerd op
13 mei 2008

Voor biologische producenten is het soms lastig om additieven en hulpmiddelen te vinden die niet door of met behulp van genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) zijn geproduceerd. Dit geldt vooral voor vitamine B2 en het enzym fytase in diervoeders, aminozuren in speciale voedingsmiddelen, en in de toekomst mogelijk voor lecithine. Dit blijkt uit een inventarisatie van LIS Consult. Uit het onderzoek is ook een aantal oplossingen naar voren gekomen die ervoor moeten zorgen dat de sector ook in de toekomst gentechvrij kan blijven.

De EU Verordening voor de biologische landbouw verbiedt het gebruik van additieven (vitamines en aminozuren) en hulpstoffen (enzymen) die geproduceerd worden met behulp van genetisch gemodificeerde micro-organismen (ggmo's). Deze additieven en hulpstoffen zijn echter uitgezonderd van de wettelijke etiketteringplicht voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders. Hierdoor is de biologische sector afhankelijk van informatie die op vrijwillige basis door fabrikanten en leveranciers wordt verstrekt.

In de praktijk blijkt het voor biologische producenten moeilijk om aan ggo-vrij verklaringen voor additieven en hulpstoffen te komen. Bovendien bieden de verstrekte verklaringen niet altijd voldoende garantie.

Op verzoek van de biologische sector en in opdracht van Wageingen UR Livestock Research heeft LIS Consult een verkenningsonderzoek uitgevoerd naar de knelpunten en mogelijke oplossingen. De belangrijkste knelpunten zijn:

  • onduidelijke of nietszeggende non-ggo verklaringen
  • beperkte beschikbaarheid van non-ggo vitamine B2 in diervoeders;
  • onduidelijkheid over de productiewijze van aminozuren in speciale voedingsmiddelen;
  • het ontbreken van een commercieel beschikbaar alternatief voor het enzym fytase.

Hiervoor zijn onder meer de volgende oplossingsrichtingen aangegeven:

  • Een vragenlijst hanteren bij het opstellen van non-ggo verklaringen voor additieven en hulpstoffen (fermentatieproducten) die de controlerende instantie en de leverancier meer zekerheid kan verschaffen
  • Biologische certificering van leveranciers van premixen of halffabrikaten, waardoor de administratieve last van het opvragen en controleren van non-ggo verklaringen wordt gecentreerd.
  • Biologische productie en certificering van additieven, zoals lecithine.
  • Nadere verkenning van alternatieve bronnen voor additieven, bijvoorbeeld voor vitamine B2.
  • Gedetailleerde database met non-ggo producten en hun leveranciers.
  • Verbieden van het gebruik van hulpstoffen of additieven waarvoor geen non-ggo varianten meer beschikbaar zijn of tijdelijke ontheffing aanvragen bij de Europese Commissie.

Deze oplossingsrichtingen zijn op 21 april 2008 besproken met vertegenwoordigers van de biologische sector, het ministerie van LNV en enkele fabrikanten van additieven en hulpstoffen.

Meer informatie:

Klik hier voor de de volledige tekst van het rapport 'GGO-vrije additieven en hulpstoffen voor biologische (dier-)voeding : een verkenning van knelpunten en oplossingen'  door Vriend.