Nieuws

Klein fruitvliegje, groot probleem voor fruittelers

Gepubliceerd op
20 februari 2017

Sinds 2011 hebben kleinfruittelers in Europa te maken met een nieuwe gevreesde plaag: de Aziatische fruitvlieg of Drosophila suzukii. Aangezien er op dit moment nog weinig mogelijkheden zijn deze vlieg biologisch te bestrijden is CCBT-project een project gestart om biologische telers te ondersteunen bij een effectieve aanpak van deze plaag.

klein fruitvliegje, groot probleem voor fruittelers_ bioKennis

Na ei-afleg in rijpende, gezonde vruchten voeden de larven zich met het vruchtvlees wat leidt tot enorme verliezen in productieteelten. Het is belangrijk om ze in een vroege fase op te merken via monitoring. Via vallen met lokstoffen (vb. appelciderazijn) (Figuur 2) kan worden bepaald of de vliegjes in het perceel aanwezig zijn. Om te bepalen of het fruit zelf geïnfecteerd is, kan er gebruik worden gemaakt van de zouttest waarbij voldoende 'gezonde/verkoopbare' vruchten worden ondergedompeld in een vloeistof van 100 gram keukenzout en 1 liter water. Na 12-24 uur komen de larven boven drijven (Figuur 2). De enige curatieve oplossing is het toepassen van insecticide-bespuitingen. De biologische mogelijkheden zijn echter beperkt.

Belangrijk is ook om een goede teelthygi├źne aan te houden. Enkele richtlijnen zijn: een goede koude-keten bewaren, het verdorde of rottende fruit verwijderen uit het perceel en fruitafval vernietigen. Dit kan door het te begraven, verbranden of het toepassen anaerobe fermentatie.

Figuur 2
Figuur 2

Foto links: "vuile'' framboos: vanwege de hogere vochtigheid bleven de blaadjes plakken op de vrucht en ontstond hierdoor verdorring/schimmel. Foto midden: val met appelciderazijn. Foto rechts: zoutproef bij rode bes. 

Innetten werkt

Binnen dit project wordt er gefocust op een relatief nieuw aspect binnen de Vlaamse tuinbouwsector: ''het preventief innetten van de aanplanting''. Er werden op twee bedrijven demo's aangelegd.

Zowel onder het net als er buiten werden er vallen geplaatst. Onder het net werd er 80% minder gevangen dan erbuiten (figuur 3) en ook de zouttesten toonden geen infectie aan onder het net. Het klimaat onder het net was wel minder goed. Vooral bij tunnelconstructies liep de vochtigheid hoog op waardoor de vruchten niet snel genoeg opdroogden en er veel 'vuile'vruchten geoogst werden (blaadjes bleven 'plakken' op de vrucht) (Figuur 2). Grotere constructies (regenkappen) gaven geen problemen. Bij een 2e poging (2016) werden de plastieken zijkanten van de tunnels verhoogd en werd er meer net gebruikt waardoor er meer verluchting was en het klimaat verbeterde. Naar werking tegen D. suzukii bleek dit even effectief.

Figuur 3: Tellingen van D. suzukii gevangen in vallen onder regenkap (net), buiten en in de nabijheid van vlier op hetzelfde perceel (PP1).
Figuur 3: Tellingen van D. suzukii gevangen in vallen onder regenkap (net), buiten en in de nabijheid van vlier op hetzelfde perceel (PP1).

Aandachtspunten

Als je je perceel wil gaan innetten tegen D. suzukii hou je best rekening met de volgende richtlijnen:

  • De optimale maaswijdte van het net moet klein genoeg zijn (minimum 1 zijde kleiner dan 0.8 mm) en voldoende licht- en luchtdoorlatend zijn. Er werd gekozen voor het Ornata net (Howitec, 0,77 x 1,02 mm). Dit net laat 70% van het fotosynthese licht door en de rechthoekige mazen zorgen voor meer luchtcirculatie en dus een beter klimaat.
  • Net een zo groot mogelijke oppervlakte in en zorg voor voldoende verluchting langs de zijkanten.
  • Net op tijd in voor de eerste vruchten rijp zijn. Zo net je geen populatie vliegjes mee in en kan je plaagvrij aan je teelt beginnen.

Meer informatie

Bron: CCBT

Contact

Miet Boonen, PC Fruit, miet.boonen@pcfruit.be