Nieuws

Hoeveelheid werkzame stikstof bepaalt droge-stof- en stikstofopbrengst Engels raaigras

Gepubliceerd op
22 december 2006

In een potproef met Engels raaigras zijn drijfmest van acht Bioveem-praktijkbedrijven, acht monsters van een mestproductiebedrijf en twee referenties onbemest en minerale mest met elkaar vergeleken. Het blijkt dat de hoeveelheid werkzame stikstof de drogestof- en stikstofopbrengst van Engels raaigras bepaalt. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van het project Bioveem door Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut. De resultaten van dit verkennende experiment bieden een interessant aanknopingspunt voor vervolgonderzoek.

Het achterliggende motief voor het experiment was de mogelijkheid voor de veehouder om te sturen in de procesketen van rantsoen, drijfmestkwaliteit, bodemleven en gewasopbrengst. De proef vond plaats met een zwarte, zeer humeuze zandgrond en een bruine, weinig humeuze zandgrond. Effecten op de bovengrondse opbrengst, stikstofopbrengst en wortelmassa van Engels raaigras werden bepaald. Ook vonden metingen plaats aan het bodemleven bij de acht drijfmesten van de Bioveembedrijven en de beide referenties onbemest en minerale mest in de bruine zandgrond.

Kunstmest leek de ontwikkeling van veel bodemlevengroepen te remmen, terwijl het aantal plantenetende nematoden juist toenam. Drijfmest in haar meest karakteristieke vorm, met een relatief grote hoeveelheid organische gebonden stikstof en organische stof, leidde tot een bodemleven met relatief hoge dichtheden van vooral bacterie-etende en predatore nematoden, terwijl ook de basisgroepen van bacteriƫn en schimmels zich ontwikkelden. Onbemest of drijfmest met weinig organische stof resulteerde in relatief veel schimmels en bacteriƫn met lage dichtheden van nematodengroepen.

Open rapport... (pdf, 575kb)