Nieuws

Goede drainage en bodemstructuur bij ruggenteelt

Gepubliceerd op
5 juni 2009

Het verbeteren van de bodemkwaliteit voor de langere termijn is de achterliggende motivatie voor toepassing van het ruggenteelt systeem. In Duitsland is het systeem ontwikkeld, de vraag of deze methode werkt op kleigrond in Noord Nederland staat centraal in het onderzoekproject “Ruggenteelt Lauwersmeer”. Inmiddels zijn twee teeltseizoenen afgesloten en de resultaten bekend.

Het onderzoek ligt op proefbedrijf de Kollumerwaard en op biologisch bedrijf BakkerBio. Voor het opbouwen van de ruggen is gebruik gemaakt van een werktuig van FROST uit Duitsland. Volgens onderzoeker Bert Vermeulen maak je de ruggen bij voorkeur in het najaar direct na de oogst als de grond het nog toelaat. In het teeltseizoen 2007/2008 leverde de vroege opbouw van ruggen ook nadelen op omdat het onkruid in het voorjaar al groot was en om extra bewerking vroeg. In vergelijking tot ploegen was de grond niet vroeger bewerkbaar. Wel ontdekten we dat in de ruggen goed verweerde grond zat, maar door het rijden over en werken in deze grond werd dit onvoldoende benut en lag het zaaibed te grof. Om de zaaigrond alsnog fijner te krijgen gebruikte BakkerBio een zelfgebouwd ruggenwerktuig met een aangedreven eg, maar wij steven na om de aanwezige goed verweerde grond direct te benutten.

Hoewel ruggenteelt geen meeropbrengst opleverde, zagen we geen water op het land in de winter en minder verslemping. Hierdoor kon een havergroenbemester zich beter vestigen en ontwikkelen. Ook andere groenbemesters of wintertarwe kunnen profiteren van betere bodemcondities.

De belangrijkste conclusies na twee teeltseizoen zijn:

  • Ruggen moeten in het najaar direct na oogst van de voorvrucht worden opgebouwd;
  • Ruggen moeten voldoende hoog en uniform zijn opgebouwd om hiervan te profiteren in het voorjaar;
  • Gebruik groenbemesters die snel ontwikkelen (onkruid onderdrukken) en in de winter afsterven waardoor eenvoudig (oppervlakkig) een zaaibed gemaakt kan worden;
  • Noodzakelijk opnieuw opbouwen van ruggen in het voorjaar moet worden voorkomen, alleen oppervlakkige bewerking moet volstaan in het voorjaar;
  • De structuur blijft alleen in stand door niet over de ruggen te rijden door toepassing van smalle rijencultuurbanden, grotere afstand tussen de ruggen (90 cm) of vaste rijpaden bijv. 3,15 m.
  • De rug moet recht en uniform opgebouwd blijven om succesvolle mechanische onkruidbestrijding toe te passen.

Kortom; de toepassing van ruggenteelt in het noordelijke kleigebied heeft zich nog niet bewezen, maar biedt wel perspectieven als de voordelen van betere drainage, een groenbemester in de winter en voldoende fijne en verweerde grond in het voorjaar goed worden benut.

Het project werd medegefinancierd door het samenwerkingsverband Noord-Nederland (EZ-Kompas) en het Ministerie van LNV.

Klik hier voor de volledige tekst van het rapport 'Ruggenteelt als bedrijfssysteem in het noordelijk kleigebied'.