Nieuws

Gedrag van een leghen samengevat

Gepubliceerd op
1 april 2015

Over het nestgedrag van een leghen verscheen reeds een artikel in de vorige nieuwsbrief. Maar hoe zit het met de rest van de dagindeling van een leghen? Proefbedrijf Pluimvee bracht in een literatuurstudie het volledige gedragsrepertoire van leghennen in beeld. Dit gedrag bestaat hoofdzakelijk uit eetgedrag, drinken, gebruik van de ruimte, scharrelgedrag, verenpikken, kannibalisme, comfortgedrag, stofbaden, rusten op een zitstok, nestgedrag en het gedrag in de uitloop. In dit artikel worden enkele van deze activiteiten uitgelicht.

Gedrag van leghen samengevat

Vrijheid van beweging kan weergegeven worden door het aantal bewegingen dat de dieren uitvoeren. Zo kan gemeten worden dat  hennen in een kooi gemiddeld 72 stappen per uur zetten en gemiddeld 208 stappen per uur in een volière. Vleugelbewegingen gebeuren tweemaal per uur en vliegen 0,4 keer per uur in een volière. De ruimte die een hen nodig heeft, kan je proberen te bepalen aan de hand van de ruimte die een hen in rust bezet en de ruimte die ze nodig heeft om specifieke activiteiten te doen. Een klein aantal studies heeft onderzocht of hennen bereid zijn om meer te werken voor meer ruimte. Zo werd gevonden dat een groep van 4 hennen wil werken om een kooigrootte van 6000 cm2 te krijgen maar slechts een kooigrootte van 1600 cm2 onderhoudt. Deze studie suggereert dat voor een lange periode tijdens de dag een ruimte van 400 cm2 per hen voldoende is, maar dat hennen nodig hebben aan grotere ruimtes om bepaalde activiteiten tijdens de dag uit te oefenen. In een tweede studie vond men ook dat werken voor meer ruimte afhankelijk is van vroegere ervaringen. Hennen die opgefokt werden in scharrelhokken met een grotere vrijheid van beweging werkten ook harder voor extra kooiruimte dan hennen die in kooien werden opgefokt.

Oppervlakte per activiteit per leghen

Verschillende activiteiten hebben een verschillende oppervlakte nodig. Hennen die rechtstaan hebben maar 475 cm2 nodig. Andere activiteiten hebben duidelijk meer ruimte nodig zoals scharrelen (850 cm2), preenen(onderhouden van de veren-1150 cm2) en bewegen met de vleugels (1876 cm2).

Naast fysieke ruimte om activiteiten uit te voeren, kunnen hennen ook een grotere “psychologische” behoefte hebben aan meer ruimte door bv. de dichte aanwezigheid van andere kippen. In een studie werden hennen gehouden op 847 cm2 of 2310 cm2 grondoppervlakte, waarna de hennen verhuisden naar een oppervlakte van 2310 cm2. De hennen die op 847 cm2 gehouden werden, voerden minder comfortbewegingen uit, maar deze hennen vertoonden een inhaalbeweging in het strekken van vleugels, opzetten van veders, staart schudden enz. na verhuizing naar een grotere ruimte.  

Gebruik van een zitstok

Zitstokken worden in commerciële systemen gebruikt om de verticale ruimte te gebruiken, de botsterkte te verhogen en de hennen een rustplaats te geven. Hennen in volières maken vooral gebruik van zitstokken tijdens de nacht. Tijdens daglichturen spenderen hennen in kooien ongeveer 25% van hun tijd op een zitstok. Tijdens de nacht wordt 90-100% van de tijd gespendeerd op de zitstok indien er voldoende plaats is. Zitstokgedrag tijdens de nacht heeft in de natuur de functionele voordelen van het risico van roofdieren op de grond te reduceren en ook de lichaamswarmte beter bij te houden.

In een onderzoek vond men dat hennen weinig waarde hechten aan zitstokgedrag tijdens daglichturen, maar dat ze smalle openingen overwinnen om s’nachts een zitstok te kunnen gebruiken. In een tweede experiment werden dieren in verschillende situaties getest waarbij niets veranderde of waarbij de zitstok werd bedekt met plexiglas of de zitstok werd verwijderd. De hennen werden geobserveerd nadat de lichten uit gingen. In de behandelingen waar zitstokgedrag niet mogelijk was, brachten de hennen minder tijd al zittend door en brachten ze meer tijd rechtstaand door dan in de controlegroep. De hennen bewogen meer wanneer de zitstok ontoegankelijk was. Wanneer de zitstok zichtbaar was maar niet toegankelijk, ondernamen ze meer pogingen om erheen te vliegen. Deze observaties kunnen geïnterpreteerd worden als frustratie en verkenning, op zoek naar een alternatieve rustplaats. Deze bevindingen samen met het sterke gebruik van zitstokken tijdens de nacht, suggereren dat leghennen gemotiveerd zijn om te zitten op een zitstok.

Tabel 1: % hennen op verschillende soorten zitstokken tijdens de donkerperiode (in verrijkte kooien).
Tabel 1: % hennen op verschillende soorten zitstokken tijdens de donkerperiode (in verrijkte kooien).
In een studie door het Proefbedrijf Pluimveehouderij werden verschillende soorten zitstokken met elkaar vergeleken wat betreft het zitstokgebruik. Volgende materialen werden met elkaar vergeleken (tabel): houten zitstokken met een rechthoekig profiel (5 cm breed en 2.5 cm dik), plastieken zitstokken met een paddenstoelprofiel (4 cm breed), metalen zitstokken met een rond profiel (3.4 cm diameter), metalen zitstokken met een ovaal profiel (4.5 cm breed).
Tabel 1 geeft het percentage dieren weer dat aanwezig was op de zitstokken. Er werden metingen uitgevoerd op 5 leeftijden. Er blijkt dat het zitstokgebruik het hoogst is bij de rechthoekige houten en paddenstoelvormige plastieken zitstokken. Bij de metalen zitstokken is er geen duidelijk verschil voor een bepaald profiel, ze worden beide minder gebruikt door de dieren.

Scharrelgedrag

Onder semi-natuurlijke omstandigheden zal de kip een groot deel van haar tijd besteden aan scharrelactiviteiten. Pikken en krassen behoren tot scharrelgedrag. Het scharrelen en daarmee zoeken naar eten is het appetijt-deel van het eetgedrag terwijl het oppikken en doorslikken behoort tot het consumptie-deel van eetgedrag.

Pikken en krassen met de poten wordt in los strooisel gedaan en in niet-kooisystemen kan dit 7 tot 25% van de dagelijkse tijd innemen. Als er eetbaar materiaal tussen het strooisel zit wordt dit gedrag nog versterkt. In verrijkte kooien hebben de kippen weinig toegang tot los materiaal en spenderen ze eerder een groter deel van de tijd aan eten of het manipuleren van het voeder in de voederketting. Het is niet helemaal duidelijk of kippen werken om materiaal te verkrijgen om in te pikken en krassen. Echter, het wel of niet voorzien van los materiaal kan ander negatief gedrag tot gevolgd hebben zoals het ontwikkelen van kannibalisme en verenpikken. Het is reeds aangetoond dat een vroeg contact met strooisel een belangrijke factor is om verenpikken tijdens de leg te reduceren.

Meer informatie

Bron: CCBT

Contact

Ine Kempen, Provincie Antwerpen, ine.kempen@provincieantwerpen.be