Nieuws

Extra drinkwater in de trog na werpen niet nodig

Gepubliceerd op
24 april 2009

Extra water verstrekken na werpen is niet nodig als biologische zeugen goed eten en gezond zijn. Uit onderzoek van Wageningen UR blijkt in de eerste drie dagen na werpen het gemiddelde waterverbruik toe te nemen van 15 liter tot 23 liter per dag. Dit is voldoende voor biest- en melkproductie. Kraamzeugen kunnen voldoende water opnemen met een drinknippel die een wateropbrengst van 1,5 liter per minuut heeft.

Onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd op Praktijkcentrum Raalte in de periode van april tot en met september 2008. De resultaten van biologische zeugen die tweemaal daags 2 liter water extra kregen bij het voer in de trog gedurende de eerste drie dagen na het werpen zijn vergeleken met die van zeugen die geen extra drinkwater kregen. De overige proefomstandigheden, zoals hokuitvoering, klimaat en verzorging, waren voor alle zeugen en biggen hetzelfde. Tijdens de dracht kregen de zeugen tweemaal daags een commercieel biologisch drachtvoer via een trog en een voorraadvoederbak. Gemiddeld één week voor de verwachte werpdatum gingen de zeugen als groep naar de kraamstal. Voor werpen werd geleidelijk overgeschakeld op een commercieel biologisch lactozeugenvoer. Daarnaast kregen ze in de kraamstal dagelijks ruwvoer verstrekt in de vorm van biologisch stro. Alle zeugen konden onbeperkt water opnemen via een nippel boven het rooster. Het overleggen van biggen om de tomen te uniformeren, gebeurde zonodig in de eerste drie levensdagen. Het bijvoeren van biggen vond vanaf 2 weken leeftijd plaats via een droogvoerbak in het biggennest. Water was beschikbaar via een drinkbak boven het rooster.

Geen resultaatverschillen

Het waterverbruik (wateropname inclusief vermorsen) van de zeugen die extra water kregen in de eerste drie dagen na werpen, was gemiddeld ruim 2 liter hoger dan van de zeugen die geen extra water kregen. Het gemiddelde waterverbruik lag op de dag van werpen op 15 liter en nam toe tot 23 liter per dag op de derde dag na werpen. Dit niveau bleek voldoende voor de biest- en melkproductie, want tussen de proefgroepen zijn geen verschillen gevonden in biggengroei en -sterfte tijdens de zoogperiode.

Klik hier voor de volledige tekst van het rapport ‘Extra waterverstrekking aan de zeug om de biggensterfte in biologische kraamhokken te verminderen’.