Nieuws

Energiegebruik en broeikasgasemissies in de biologische keten

Gepubliceerd op
15 mei 2008

Uit de literatuurstudie door Praktijkonderzoek Plant & Omgeving naar energiegebruik en broeikasgasemissies in de landbouw is gebleken dat het dat niet eenduidig te stellen is of de biologische keten beter scoort als de gangbare keten. Belangrijker dan de teeltmethode is hoe de keten is georganiseerd, de productverwerking, de transportafstand en transportwijze.

Uit de literatuurstudie komt naar voren dat het bepalen van de prestatie van een gewas, dan wel product, sterk afhankelijk is van het soort product (gewas) of de keten. Ditzelfde geldt voor het aandeel primaire landbouw in de totale uitstoot aan broeikasgassen van de keten. Wel kan op basis van de literatuur een vijftal signaleringen benoemd worden die mede bepalen zijn voor de prestaties.

Allereerst dat lokale seizoensproducten veelal beter scoren als producten uit de kas en geïmporteerde producten.

Tweede aspect is dat bij alle producten de prestaties mede bepaald worden door de keten als geheel. In een aantal onderzoeken werd geconcludeerd dat grootschalige productie buiten de Europese Unie mogelijk beter kan scoren dan lokale of regionale productie. Als er bijvoorbeeld tijdens de teelt weinig inputs nodig zijn en het transport vindt energiezuinig plaats, dan zou de keten wellicht beter kunnen scoren als een lokale productieketen. De organisatie en efficiency in de keten speelt hierbij een grote rol.

Een derde aspect is het verschil tussen bewerkt en onbewerkt product. Onbewerkt product beperkt het energieverbruik en uitstoot van broeikasgassen door het lage aantal bewerkingen in de keten. Bewerkte producten worden vaak geconserveerd, gekoeld of ingevroren. Hiermee neemt het energieverbruik en de uitstoot aan broeikasgassen toe. Het percentage aan uitval en verlies bij bewerkte producten wordt wel aanzienlijk lager verondersteld dan bij onbewerkte producten. Het verschil tussen de extra energiebehoefte en de lagere uitval is onvoldoende duidelijk om hierover een conclusie te kunnen trekken.

Een vierde aspect wat in elke keten voor extra energiegebruik en uitstoot aan broeikasgassen zorgt is verpakkingsmateriaal. De mate waarin het verpakkingsmateriaal bijdraagt aan het energieverbruik en de uitstoot aan broeikasgassen is sterk afhankelijk van materiaal, toepassing en de mogelijkheid tot recycling.

Het laatste aspect hangt samen met de activiteiten van de consument. In veel onderzoeken stopt de keten bij de detailhandel. Uit onderzoeken die consumenten hebben meegenomen in de keten, blijkt dat consumenten veel invloed hebben op de prestatie van de keten als geheel. Het boodschappen doen met de auto kan mogelijk meer uitstoot aan broeikasgassen veroorzaken als al het eerdere vervoer in de keten. De veelal geringe hoeveelheid boodschappen zorgt ervoor dat de uitstoot per kilogram product hoog ligt.

Klik hier voor de volledige tekst van het rapport 'Energiegebruik en broeikasgasemissies in de biologische keten' door Van der Voort.