Nieuws

Effect van bodem- en structuurverbeteraars nauwelijks zichtbaar

Gepubliceerd op
30 mei 2016

Het gebruik van bodem- en structuurverbeteraars heeft nauwelijks effect op opbrengst en bodemkenmerken. Dit blijkt uit een zesjarig onderzoek op vijf locaties van Wageningen UR en NMI met negen verschillende producten. Geen van de onderzochte middelen leidde tot significant hogere opbrengsten dan de referentie van kunstmest plus dierlijke mest. In de gemeten bodemkenmerken waren ook geen verschillen zichtbaar.

Resultaat nauwelijks zichtbaar na 6 gebruik bodemverbeteraars

Er is een grote variatie in bodemverbeteraars; in de wijze waarop ze werken en de mate waarin ze invloed op de bodemvruchtbaarheid kunnen hebben. Om het effect van bodemverbeteraars op opbrengst en bodemeigenschappen op de langere termijn te toetsen, zijn proefvelden aangelegd op drie kleilocaties (Kollumerwaard, Lelystad en Westmaas) en twee zandlocaties (Vredepeel, Valthermond). In de proeven van Wageningen UR zijn de ontwikkeling van de gewasopbrengst, de gewaskwaliteit en de bodemeigenschappen gevolgd over een periode van zes jaar (2010-2015). De resultaten zijn gebundeld in het rapport ‘Effecten bodem- en structuurverbeteraars’.

In de praktijk lopen telers vaak tegen problemen aan van een slechte bodemkwaliteit. Intensieve bouwplannen, steeds zwaardere mechanisatie, uitloging (Ca-uitspoeling), piekneerslagen en de schaalvergroting in de landbouw leiden tot vermindering van de fysische bodemvruchtbaarheid en de structuur van de bodem. Dit veroorzaakt:

  • toenemende problemen bij de bewerkbaarheid van de bodem
  • minder efficiënt gebruik van meststoffen
  • verhoogd risico van uit- en afspoeling van nutriënten
  • wateroverlast
  • verlaging van de opbrengst.

Conclusies rapport

Bodem- en structuurverbeteraars hebben nauwelijks effect op opbrengst en bodemkenmerken. Dit blijkt uit zesjarig onderzoek op vijf locaties van Wageningen UR en NMI met een negental verschillende producten. Geen van de onderzochte producten leidde tot significant hogere opbrengsten dan de referentie van kunstmest plus dierlijke mest. In de gemeten bodemkenmerken waren ook geen significante verschillen zichtbaar.

Ook tussen de referenties: alleen kunstmest, drijfmest met kunstmest en groencompost met kunstmest is geen verschil aantoonbaar. Dit geeft aan dat het onderzoek nog niet voldoende lang gelopen heeft om verschillen zichtbaar te maken. Ook het afsluitende jaar waarin op alle locaties aardappels zijn geteeld, leidde niet tot opbrengstverschillen.

Geen extra rendement op gemiddelde tot goede bodems

Het onderzoek is uitgevoerd op percelen met een gemiddelde tot goede bodemtoestand. In dat geval levert investeren in bodem- en structuurverbeteraars dus geen extra rendement op. Goede zorg voor de bodem is wel van groot belang voor behoud van bodemvruchtbaarheid en gewasopbrengsten. Maar dit zit in andere zaken waarbij voldoende aanvoer van organische stof, een voldoende ruime vruchtwisseling en aandacht voor een goede bodemstructuur door de juiste grondbewerking op het juiste moment en voorkomen van verdichting de belangrijkste aspecten zijn.

Onderzoeksopzet

In 2010 is het onderzoek gestart met financiering van het Productschap Akkerbouw, productleveranciers en enkele provincies. Op drie kleilocaties: Kollumerwaard, Lelystad en Westmaas, en twee zandlocaties: Valthermond en Vredepeel zijn proeven aangelegd met diverse bodemverbeteraars waaronder kalk en calciummeststoffen (Agrigyps, Betacal Carbo, Brandkalk en PRP-SOL), bodemverbeteraars met micro-organismen of met bodemleven stimulerende eigenschappen (Condit, Xurian Optimum en BactoFil), diverse vormen van Biochar en met steenmeel. Deze zijn vergeleken met de drie referenties: kunstmest, drijfmest met kunstmest en groencompost met kunstmest. Jaarlijks zijn opbrengsten van de gewassen gemeten. Aan het begin in 2010, halverwege in 2012 en aan het eind in 2015 zijn diverse bodemkenmerken bepaald.

Publicatie

Meer informatie

Contact

Janjo de Haan, Wageningen UR, janjo.dehaan@wur.nl