Nieuws

Dynamisch voeren biologisch melkvee leidt tot hoger voersaldo

Gepubliceerd op
15 september 2010

Fasevoeding met maïsmeel betekent voor biologische melkkoeien in het begin van de lactatie een gunstige energiebalans, maar een tegenvallende melkproductie. Krachtvoerverstrekking via dynamisch voeren resulteert tot lagere krachtvoergiften en een hoger voersaldo.

In een proef van Wageningen UR Livestock Research werd maïsmeel gebruikt om koeien in het begin van de lactatie extra energie te geven in vergelijking met een rantsoen waarin snijmaïs voorkomt. Deze voerstrategie wordt ook wel fasevoeding genoemd. Met fasevoeding wordt de lactatieperiode opgesplitst in een aantal fasen met voor elke fase een rantsoen dat afgestemd is op de nutriëntenbehoefte. In combinatie met fasevoeding werd ook dynamisch voeren onderzocht. Met dynamisch voeren wordt voor elke koe de optimale krachtvoergift berekend op basis van de dagelijks voorspelde respons van de melkgift op krachtvoer en het voorspelde voersaldo.

Zetmeelrijk gewas

In de biologische melkveehouderij is het voeren van een zetmeelrijk gewas – zo mogelijk op het eigen bedrijf of in de regio geteeld – gewenst, omdat een groot deel van het rantsoen vaak bestaat uit grasklaver(kuil). Maïs is een energierijk voedermiddel dat gevoerd kan worden in de lactatiefase waarin de koe veel energie vraagt. Snijmaïs is een veel gebruikt zetmeelrijk ruwvoer; korrelmaïs is een krachtvoervervanger die zelf geteeld kan worden.

In het onderzoek is ‘fasevoeding’ vergeleken met een rantsoen met snijmaïs. Bovendien is bij beide behandelingen dynamisch voeren onderzocht om te komen tot een optimale benutting van de beschikbare voedermiddelen, een hoog saldo en een goede diergezondheid.

Mogelijkheden fasevoeding

De koeien die volgens het systeem van fasevoeding met maïsmeel werden gevoerd realiseerden een gunstigere energiebalans in vergelijking met het snijmaïsrantsoen. Dat kwam doordat deze dieren een relatief hogere voeropname hadden en een lagere melkgift. Daarmee is een belangrijk doel van fasevoeding bereikt, maar helaas met een vrij lage melkproductie. Daarmee was het voersaldo van deze koeien lager dan van de koeien die snijmaïs kregen. Uit de beoordeling van de mest bleek dat de mest van de koeien die maïsmeel kregen vaker als te dun werd gescoord, terwijl de mest van de snijmaïs koeien in het algemeen minder goed was verteerd.

Met dynamisch voeren bleek het mogelijk het voersaldo te verhogen.

  • Contact informatie:  Arie Klop, Wageningen UR Livestock Research

Downloads

Meer downloads

Links