Nieuws

Dioxinegehalte biologische eieren goed beheersbaar

Gepubliceerd op
5 september 2008

Het dioxinegehalte in biologische eieren is te sturen door het tijdstip en de duur van het uitloopgebruik van de leghen te regelen. In de stal aanbieden van voer en water verlaagt het dioxinegehalte verder. Bij een hoge bodemverontreiniging in de uitloop kan deze grond het beste vervangen worden. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen UR op een aantal biologische leghennenbedrijven.

Uit eerder onderzoek van ASG, in 2004, bleek dat vooral kleine en middelgrote bedrijven regelmatig te kampen hadden met een overschrijding van de EU-dioxinenorm. ASG onderzoeker Aize Kijlstra: ”Toen op deze bedrijven tijdelijk de uitloopduur beperkt werd en de dieren niet meer buiten gevoerd werden, daalden de dioxinegehaltes in eieren sterk. Diezelfde daling zagen we ook bij andere bedrijven na de instelling van de ophokplicht bij een dreiging van de vogelpest.” In de uitloop eten leghennen grond, wormen en insecten, waarbij de hierin aanwezige dioxines afkomstig van historische bodemverontreinigingen in het ei terechtkomen. Hoe langer de dieren buiten zijn, hoe meer dioxines in het ei.

Kijlstra: “Na het afgraven van besmette grond en het vervangen met schoon zand, daalden de ei-dioxinegehaltes sterk. Wat we geleerd hebben uit het onderzoek is dat de dioxinegehaltes in eieren te beheersen zijn, vooral door te sturen op het uitloopgedrag van de leghen.” Anno 2008 is het dioxineprobleem in de biologische leghennensector beheersbaar, mede dankzij deelname van bedrijven aan het dioxine monitoringsprotocol van KAT en IKB-Ei. Voor kleine bedrijven die niet aan deze kwaliteitsinspecties mee doen, adviseren wij aangepaste beheersmaatregelen op te stellen. Dit geldt ook voor particulieren met kippen die veel buiten lopen.

Klik hier voor de volledige tekst van het rapport "Beheersing dioxines in eieren van leghennen met buitenloop" door A. Kijlstra, W.A. Traag en L.A.P. Hoogenboom.