Nieuws

De mazen van het net worden kleiner voor de boswants

Gepubliceerd op
23 februari 2015

Op verzoek van de Vlaamse biologische pitfruittelers zijn een aantal proeven uitgevoerd zowel in het veld als in het labo om bestrijdingsstrategieën tegen boswantsen te onderzoeken.

Resultaten zelfvoorzienende bodem hoopvol

Eind 2014 liep het CCBT-project rond boswantsen af. Op basis van waarnemingen van de populatiedynamica gedurende meerdere jaren heeft men een goed inzicht verkregen in de ontwikkeling van de verschillende stadia van de roodpootschildwants, zodat de periodes voor de meest doeltreffende behandelingen met biologische gewasbeschermingsmiddelen konden bepaald worden. Afhankelijk van de aard van het middel en de klimaatomstandigheden voor en na de behandeling zullen er meerdere bespuitingen (2 tot 4) nodig zijn om te voorkomen dat de schade aan de vruchten te groot wordt. Ook in het najaar zijn er enkele middelen die een goede werking op de N2-nimfen vertonen, in sommige gevallen zelfs beter dan in het voorjaar. Andere geteste technieken om boswantsen te lokken en weg te vangen: een feromoonval met een aggregatieferomoon, lokplanten en een lichtval met waterbak blijken echter geen goede alternatieven voor de bestrijding van de boswantsen.

Publicatie

De mazen van het net worden kleiner voor de boswants

Bron: CCBT

Contact

Gertie Peusens, PC Fruit, gertie.peusens@pcfruit.be of Tim Beliën, PC Fruit, tim.beliën@pcfruit.be