Nieuws

Carbon footprint van varkensvlees internationaal afgestemd

Gepubliceerd op
21 januari 2010

De bijdrage aan het broeikaseffect, de zgn. ‘carbon footprint’, van de productie van biologisch en gangbaar varkensvlees is onderzocht. De berekeningsmethodiek is afgestemd met andere internationale ontwikkelingen op het gebied van ‘carbon footprinting’ en productieketens van typische varkenshouderijsystemen in Denemarken, Duitsland, Engeland en Nederland zijn met elkaar vergeleken. Het project levert daarmee een bijdrage voor een standaard meetmethode die het mogelijk maakt varkenshouderijsystemen met elkaar te vergelijken. Uit de studie komen ook verbeterpunten naar voren waarmee de carbon footprint van varkensvleesproductie verlaagd kan worden. De studie is uitgevoerd door Blonk Milieu Advies en Wageningen UR.

Het rapport

De studie had tot doel de berekeningsmethodiek voor ‘carbon footprints’ in de landbouw productieketen verder te ontwikkelen en inzicht te krijgen in de effecten van de diverse bronnen en mogelijkheden te identificeren om de broeikasgasuitstoot te verminderen. Door te kijken naar verschillende landen en naar typische gangbare en biologische systemen heeft men inzicht gekregen in de verschillen tussen landen en productiesystemen in klimaateffect en de achterliggende oorzaken daarvan. Zo geeft het gangbaar geproduceerde voer een hogere broeikasuitstoot dan het biologische voer, maar vooral door de betere voederconversie (efficiëntie van omzetting van voer naar vlees) is nu berekend dat de totale klimaatbelasting per kg vlees bij gangbaar lager is dan bij biologisch varkensvlees. Een nuancering is dat dit verschil mogelijk nog is te herleiden tot onzekerheden in de voor de berekening beschikbare data.

Broeikasgasbronnen

De belangrijkste bron van broeikasgasuitstoot in de productieketen van varkensvlees is de productie van voer met een aandeel van ongeveer de helft tot tweederde. In de productieketen van voer wordt hierbij 80% van de uitstoot veroorzaakt door de teelt van de gewassen. Methaanemissie uit de mestopslag draagt ongeveer 12 tot 17% bij aan de carbon footprint van conventioneel varkensvlees.

Maatregelen

De in deze studie ontwikkelde methodiek voor de analyse van de carbon footprint moet leiden tot een internationaal erkend protocol. Daarmee zijn systemen en maatregelen beter te vergelijken en kan beleid op sector en bedrijfsniveau op resultaat gemonitoord worden. Mogelijke maatregelen om de broeikasgasuitstoot te verminderen zijn mestvergisting, het verbeteren van de voederconversie van de dieren, het gebruik van natte bijproducten als voeder (wat energie voor drogen vermijdt) en het opwaarderen van slachtbijproducten. De conclusies en aanbevelingen sluiten goed aan op het agroconvenant ‘Schoon en Zuinig’ van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om te komen tot een kleinere carbon footprint voor varkensvlees.

Carbon footprint

De bijdrage van de landbouw, en specifiek de veehouderij, aan het klimaateffect is steeds meer onderdeel van het publieke debat. De toenemende vleesconsumptie wereldwijd versterkt dit debat. De in deze studie geanalyseerde carbon footprint kan dit debat ondersteunen met inzichten in de bijdrage van varkensvleesproductie aan het klimaateffect. De carbon footprint is een maat voor de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen zoals methaan en lachgas, die vrij komen van het begin (teelt van voedergrondstoffen) tot het eind van de productieketen (slachterij). Met deze maat kunnen diverse productiesystemen met elkaar vergeleken worden.

Samenwerking

Dit project is meegefinancierd door VION/De Groene Weg, Cehave Landbouwbelang ua, ZLTO, Stuurgroep Landbouw Innovatie Brabant (LIB), Bioconnect en Ministerie van LNV. Het volledige rapport is te vinden op www.biokennis.nl en www.blonkmilieuadvies.nl.

Downloads

Meer downloads

Links