Nieuws

Bodemonderzoekers geven hun visie op bodemanalyses

Gepubliceerd op
16 augustus 2012

Hoe kijken bodemdeskundigen nu, ruim 170 jaar na het verschijnen van het baanbrekende boek ‘De wet van het minimum’ van Justus von Liebig, aan tegen bemesting, bodemvruchtbaarheid en kwaliteit? In Ekoland geven Jan Bokhorst en Geert-Jan van der Burgt van het Louis Bolk Instituur en Sjoerd Smits van Hortinova antwoord.

“Het is zoeken naar het juiste evenwicht. Op een van nature rijke bodem mag je terughoudend zijn met bemesting. De lekkerste penen komen van zandgrond, omdat er ruimte is voor afrijping en daarmee smaakvorming”, vertelt Jan Bokhorst, die 33 jaar onderzoek deed naar bodem en gewas.

Voor Sjoerd Smits adviseur bij Hortinova, draait het vooral om beworteling en de juiste verhoudingen van mineralen in de bodem. “Door zuinig te zijn op de bodemstructuur voorkom je anaerobe omstandigheden.”

Om meer inzicht te verkrijgen in de mineralenverhoudingen in bodem en plant maakt Hortinova gebruik van plantsapmetingen. Deze metingen geven snel inzicht in de actuele situatie waardoor de teler snel kan bijsturen.

Bodemonderzoeker Geert-Jan van der Burgt staat aan de basis van NDICEA, een rekenmodel dat aangeeft hoe de teler een betere aansluiting krijgt tussen enerzijds de levensprocessen in de bodem en anderzijds de gewasgroei. Hij pleit voor een bredere afweging waarin ook de bodem en mineralenstromen worden meegenomen. Dat leidt soms tot een extensiever bouwplan met meer rust voor de bodem en de boer.

Downloads

Meer downloads

Links