Nieuws

Biologische kippen houden met weinig emissie

Gepubliceerd op
2 juli 2015

De emissie van ammoniak, fijnstof en geur is hoger bij biologisch gehouden pluimvee dan bij de reguliere pluimveehouderij. Dit blijkt uit een studie van Wageningen UR. Maar is er ook een vergelijkbaar effect bij de toepassing van de reducerende technieken in de stalsystemen van de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav)?

Biologische kippen houden met weinig emissie

De emissie van ammoniak wordt in de reguliere pluimveehouderij tegengegaan door het snel indrogen van de mest en/of het verwijderen van de mest uit de stal. Verder wordt gebruik gemaakt van luchtwassers. Deze maatregelen kunnen ook toegepast worden binnen de biologische pluimveehouderij. Daarnaast spelen de factoren ammoniak, fijnstof en geur geen rol in de toepasbaarheid van de reducerende technieken van de Rav. Dezelfde techniek van de reguliere pluimveehouderij kan gebruikt worden bij de biologische houderij.

Emissietoename

Bij groeiende dieren en bij de productie van biologische eieren wordt een emissietoename van ammoniak, geur en fijnstof per dierplaats per jaar verwacht. Met name door het hoge eiwitgehalte in het voer en het grotere emitterende oppervlak per dier. Bij het biologisch houden van kippen is een uitloop verplicht. Daarnaast is er een lagere bezettingsgraad dan bij reguliere kippen en is de voersamenstelling anders door aanvullende eisen.   Door het hoge eiwitgehalte zit er weer meer stikstof in de mest. Bij de groeiende dieren zijn dezelfde factoren van toepassing, maar hier speelt ook de voederconversie mee. Verder speelt het hogere drogestofgehalte een rol bij de emissie van fijnstof, doordat de dieren een groter oppervlak hebben om te lopen.

Systemen voor biologische pluimveehouderij 

De meeste stalsystemen van de Rav kunnen, net als in de reguliere pluimveehouderij, ook toegepast worden in de biologische pluimveehouderij. Slechts bij een aantal systemen is er een aanpassing noodzakelijk in de beschrijving. Daarnaast zal  bij een aantal systemen aangegeven moeten worden dat het systeem ook geldt voor de biologische pluimveehouderij.

Meer informatie

Contact

Hilko Ellen, Wageningen UR, hilko.ellen@wur.nl en Nico Ogink, Wageningen UR, nico.ogink@wur.nl

Tekst: Melissa Wolters