Nieuws

Biologische bestrijding heeft nu de wind mee

Gepubliceerd op
10 april 2017

Het Europees Parlement heeft unaniem een motie aangenomen om biologische bestrijdingsmiddelen met een laag milieurisico versneld tot de markt toe te laten. Op hetzelfde moment bracht het Mensenrechtencomité van de VN een rapport uit, waarin zij stelt dat het zeker mogelijk is om de groeiende wereldbevolking te voeden met voedsel dat is geproduceerd zonder gebruik te maken van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen.

‘Ik geloof dan ook oprecht dat het tij nu aan het keren is’, zegt de Wageningse emeritus hoogleraar entomologie professor Joop van Lenteren. Samen met collega’s van Wageningen University & Research en van enkele bedrijven uit de sector, publiceerde hij deze maand een lijvig overzicht van alle opties die de biologische bestrijding nu al ter beschikking heeft.

Commerciële Biologische Bestrijding

In hun artikel onderscheiden de auteurs een viertal gradaties van biologische bestrijding, legt Van Lenteren uit. ‘De eerste is de grootste en economisch meest waardevolle: dat is de biologische bestrijding die Moeder Natuur ons vanzelf al biedt via de zogenoemde ecosysteemdiensten. De tweede stap is dat wij als mens die ecosysteemdiensten gericht gaan beschermen en stimuleren. In een derde stap kunnen we biologische bestrijders, zoals bijvoorbeeld sluipwespen, eenmalig introduceren in meerjarige teelten zoals boomgaarden, wijngaarden en bossen, om nieuwe plaaginsecten te bestrijden. Dat is de klassieke biologische bestrijding.’

In het artikel geven Van Lenteren en collega’s met name een overzicht van de meest intensieve, vierde vorm van biologische bestrijding tegen plagen in korte teelten zoals groenten en bloemen. Die wordt Augmentative Biological Control genoemd, ofwel commerciële biologische bestrijding. Daarbij worden grote hoeveelheden micro-organismen of ongewervelde bestrijders gekweekt, om die vervolgens massaal los te laten in een gewas waar zich een plaag dreigt voor te doen.

Biodiversiteit op één

In het artikel staat een lijst met enkele honderden biologische bestrijders plus de ziekten en plagen die zij kunnen bestrijden. Van Lenteren: ‘De positieve boodschap in dit artikel naar alle betrokken in dit veld is dat er nu al veel mogelijk is. Weliswaar is de markt voor biologische bestrijders nog maar 2% ten opzichte van de chemische middelen. Maar van de pak hem beet duizend chemische middelen die in de EU zijn geregistreerd, moet meer dan de helft op relatief korte termijn van de markt worden gehaald. Daartegenover laat de markt voor biologische bestrijdingsmiddelen nu een groei zien van meer dan 15% per jaar.’

Bijna belangrijker nog dan de gezondheid van de consument, vindt Van Lenteren de bescherming van de biodiversiteit die van deze biologische middelen uitgaat.  ‘Bij een vermindering van het gifgebruik wordt de biodiversiteit aantoonbaar rijker. En er is ook een positief verband tussen die biodiversiteit en de ecosysteemdienst gewasbescherming voor de agrarische productie.’

Bewuste landbouw

Voor een verdere substantiële groei van de markt voor biologische bestrijding mikken Van Lenteren en collega’s op een systeem dat zij ‘Bewuste Landbouw’ doopten. Die bewuste landbouw beweegt zich tussen biologisch en conventioneel en is vooral flexibel en niet-dogmatisch. Het is ook een landbouw waarin alle belanghebbenden uit de productie- en consumptieketen samenwerken, met respect voor de omgeving en de natuurlijke hulpbronnen. In de conventionele landbouw is dat laatste helaas niet meer het geval. De landbouw is nu teveel gericht op winstmaximalisatie, zonder dat bijvoorbeeld de werkelijke milieu- en gezondheidskosten kosten worden doorberekend in het eindproduct, zo schrijven de auteurs in hun artikel. ‘Wanneer alle belanghebbenden zich achter die vorm van voedselproductie scharen, kunnen we met gemak de negen miljard monden voeden die we rond 2050 zullen tellen’, aldus Van Lenteren. ‘Het is alvast een grote opsteker dat de politiek in de vorm van de VN en de EU zich daar nu ook achter hebben geschaard.’

Meer informatie

Contact

Joop van Lenteren, Wageningen University & Research, joop.vanlenteren@wur.nl