Nieuws

Biologische aardappelrassen met goede stikstofefficiëntie

Gepubliceerd op
31 maart 2010

Moderne aardappelrassen hebben veel stikstof nodig om optimaal te produceren. Stikstof heeft invloed op onder meer de loofontwikkeling, de fotosynthese en de knolproductie. In de biologische teelt is minder stikstof beschikbaar dan onder gangbare omstandigheden. Daarom heeft de biologische sector behoefte aan aardappelrassen die goed presteren bij lage stikstofgiften.

Negen aardappelrassen onderzocht

Het Louis Bolk Instituut deed in 2008 en 2009 proeven met respectievelijk negen en zes verschillende aardappelrassen om uit te zoeken waarom het ene ras meer stikstof nodig heeft dan het andere. Ook het effect van stikstof op de uiteindelijke aardappeloogst werd in het onderzoek meegenomen. De proeven werden zowel op klei als op zandgrond uitgevoerd.

Verschillende strategieën

Van de onderzochte rassen bleken Agata en Terragold het redelijk goed te doen onder low-input omstandigheden, maar verrassend genoeg om verschillende redenen. Terragold nam per beschikbare kilo stikstof in de bodem het meeste op, terwijl Agata de hoogste knolproductie bereikte per opgenomen kilo stikstof. De twee rassen hebben dus verschillende strategieën om met beperkte stikstofomstandigheden om te gaan; meer stikstof opnemen of efficiënter gebruik maken van de opgenomen stikstof. Beide strategieën leiden tot een grotere opbrengst dan die van de andere rassen uit de proef.
Het onderzoek liet ook zien dat het geven van meer stikstof niet automatisch leidt tot meer opbrengst. De opbrengst stijgt wel, maar vlakt af naarmate de stikstofgift toeneemt. Alleen extra stikstof geven is dus onvoldoende om de oogst te vergroten.

Vroeg of laat?

Vroege rassen blijken anders te reageren op een toename van de stikstofgift dan late rassen. Elk ras volgt een eigen strategie. Late rassen zijn bij een lage stikstofgift efficiënter dan vroege rassen en lijken dus geschikter voor biologische (low-input) omstandigheden. Maar zolang deze rassen niet resistent zijn tegen Phytophtora leveren ze niet noodzakelijkerwijs een grotere oogst; omdat ze later in het seizoen groeien hebben ze minder tijd om hun potentiële opbrengst en kwaliteit te realiseren voordat de phytophtora toeslaat.
De onderzoekers werken momenteel verder aan het ontrafelen van de verschillende factoren die met stikstofefficiëntie en droge-stof productie samenhangen. Zo verkrijgen ze meer inzicht in het type aardappelras dat het meest geschikt is voor biologische low-input teelt.

Downloads

Meer downloads