Nieuws

Biologisch telen doe je in de grond

Gepubliceerd op
9 juli 2009

Glastuinders stellen hoge eisen aan de grond. Zowel de tuinders zelf als ook het onderzoek besteden veel aandacht aan bodemvruchtbaarheid. De ervaringen en kennis vanuit afgelopen zes jaren zijn gebundeld in de brochure “Biologisch telen doe je in de grond”.

Beworteling

De eerste opgave voor de start van de teelt is het creëren van een goede en diep doorwortelbare teeltzone. Daarom moet de grond tot 50-60 cm diep voldoende poreus zijn. De structuur wordt beoordeeld door het aandeel kruimig, afgeronde of scherpblokkige structuurelementen te schatten. Indien verdichting voorkomt is het noodzakelijk om de bovenlaag goed en diep los te trekken.

Daarnaast wordt de bewortelbaarheid verbeterd door aanwezige organische stof inclusief bodemleven. In inbrengen en inwerken van compost is hiervoor een verstandige investering. Overmatig bemesten met compost heeft weer nadelen omdat ook pissebedden en miljoenpoten goed gedijen op organisch materiaal.

Bemesting

Omdat vruchtgroenten veel mineralen opnemen door het jaar heen, is spreiding van mestgiften noodzakelijk. Een hoge basisbemesting leidt in het voorjaar tot hoge N-concentratie in het bodemvocht terwijl het gewas weinig opneemt. Dit geeft risico van verliezen in de vorm van denitrificatie of uitspoeling. Enkele glastuinders zijn begonnen om tijdens de teelt bij te bemesten met compost. Dit met speciaal hiervoor ontwikkelde karren die over de buisrail rijden. Verder zijn er organische hulpmeststoffen in soorten en wisselende samenstellingen verkrijgbaar. Verenmeel is nog steeds een belangrijke stikstofbron voor de glasteelt. Meestal kiest de teler voor een samengestelde korrel waarbij ook kali (Vinasse) aan het gewas wordt meegegeven.

Gezonde bodem

Naar de relatie tussen bodemleven en effecten op ziekteonderdrukking of ziektewerend vermogen van de bodem wordt nog steeds veel onderzoek gedaan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen algemene ziektewering en specifieke ziektewering. Bij algemene ziektewering speelt concurrentie de hoofdrol waarbij plantpathogene micro-organismen worden verdrongen en daardoor geen kans krijgen. Bij specifieke ziektewering leveren antogonistische bacteriën of schimmels een bijdrage. Zo parasiteert de schimmel Coniothyrum minitans op Sclerotinia. Met behulp van deze schimmel (merknaam Contans) kan Sclerotinia in de hand worden gehouden.

Klik hier op voor de volledige tekst van het rapport "Biologisch telen doe je in de grond".