Nieuws

Biobedrijven scoren gelijk op biodiversiteit

Gepubliceerd op
30 juni 2014

Op biologische landbouwbedrijven is de biodiversiteit nauwelijks groter dan op gangbare bedrijven. Op akkerbouwpercelen is er wel verschil, op graslanden en in wijngaarden niet. Dat blijkt uit onderzoek in tien Europese en twee Afrikaanse regio’s, dat deze week is gepubliceerd in Nature Communications. Vanuit Alterra werkte een team onder leiding van Rob Jongman mee aan het onderzoek.

De aanwezigheid van diverse typen habitat is cruciaal voor de biodiversiteit in agrarisch gebied. Als zij geen op biodiversiteit gerichte maatregelen hebben genomen, blijken biologisch bedrijven maar een gering aantal soorten meer te hebben dan andere bedrijven. De onderzoekers waren met name geïnteresseerd in de vraag of biologische bedrijven meer soorten hebben dan hun niet-biologische buren. Dat lijkt wellicht logisch, maar dat hoeft het niet te zijn, want “ook voor die boeren staat het belang van hun onderneming voorop,” zegt de Zwitserse projectleider Felix Herzog.

Weinig verschil tussen biologisch en niet-biologisch

Op biologische akkerbouwpercelen werden in totaal meer soorten gevonden dan op niet-biologisch percelen. Dit in tegenstelling tot graslanden en wijngaarden waar weinig verschil was. Biologische bedrijven dragen verschillend bij aan de vier onderzochte taxonomische groepen: planten, regenwormen, spinnen en bijen. In het algemeen werden meer soorten planten en bijen gevonden op biologische bedrijven, maar niet meer soorten spinnen en regenwormen. Als soorten in de randen rondom de percelen worden meegenomen, neemt het verschil tussen biologisch en niet-biologisch nog verder af.

Habitatdiversiteit sleutel tot soortendiversiteit

Uit de data van meer dan 1400 plots op 205 bedrijven blijkt dat er weinig verschil zit in het totale aantal soorten op de bedrijven. Het voorkomen van zeldzame of bedreigde soorten is niet afhankelijk van biologische bedrijven. Er is dus meer nodig dan biologische bedrijven om de biodiversiteit in agrarische gebieden te behouden. De auteurs van deze studie bevelen aan om het aantal habitats op het bedrijf te verhogen. “Verrassend genoeg hebben we niet meer habitats gevonden op biologische bedrijven, gemiddeld genomen over de twaalf onderzochte regio’s. Het is duidelijk dat habitatdiversiteit de sleutel is tot soortendiversiteit,” zegt Rob Jongman. “Als deze habitats anders zijn dan de rest van het bedrijf, zoals heggen en kruidenstroken, hebben zijn een enorme invloed op de soortrijkdom van een bedrijf.”

De studie beslaat bedrijven in twaalf regio’s met verschillende productiesystemen. In Zwitserland werden veehouderijbedrijven met grasland onderzocht. In Oostenrijk en Frankrijk werden akkerbouwbedrijven bestudeerd en in Duitsland gemengde bedrijven. In Nederland werd de meest intensieve activiteit bestudeerd: de tuinbouw. In iedere regio werden 12 tot 20 bedrijven geselecteerd, waarvan de helft biologisch gecertificeerd.

Publicatie

Contact