Nieuws

Beter dierenwelzijn met kennis van persoonlijkheid dier

Gepubliceerd op
29 maart 2013

Dierenwelzijn is meer dan de afwezigheid van agressie. Zowel in de natuur als in de veehouderij bepaalt de persoonlijkheid van dieren veel van hun sociale gedrag. Hoe ‘netwerken’ dieren? Hoe handhaven individuen zich in hun sociale omgeving en welke effecten heeft hun persoonlijkheid op hun conditie. Dat is nauwelijks onderzocht, terwijl die kennis van grote waarde is voor het welzijn van dieren. Dat zegt prof.dr. Marc Naguib bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Gedragsecologie op 21 maart aan Wageningen University, onderdeel van Wageningen UR.

Inauguratie prof. Marc Naguib

In zijn inaugurele rede ‘Networking in animals – Social behaviour in a complex world’ gaat prof.dr. Marc Naguib in op de betekenis van sociaal gedrag van het individu en groepen van dieren op het dierenwelzijn.

Dieren zijn geen onwetende wezens, stelt prof. Naguib. Ze communiceren en interacteren naargelang de omstandigheden met bekende en onbekende soortgenoten, individueel of in groepen, onafhankelijk van of juist geïnspireerd en gedwongen door hun sociale omgeving, zegt de hoogleraar die in het verleden veel onderzoek deed naar het natuurlijke gedrag van nachtegalen.

In een groep dieren in de natuur en in houderijen zijn er individuen die veel connecties onderhouden, maar er zijn ook ‘Einzelgänger’. “Beide individuen gaan anders om met hun omgeving en die omgeving heeft ook een andere invloed op elk van de individuen”, vertelt prof. Naguib. “De vroege ontwikkeling en de puberteit zijn daarbij belangrijke perioden. De manier waarop een jong dier opgroeit bepaalt voor een belangrijk deel zijn persoonlijkheidskenmerken of de manier waarop een dier met angst omgaat. Kuikens die opgroeien met een moederkloek waaronder ze dekking kunnen zoeken, gedragen zich later anders dan kuikens die ‘moederloos’ opgroeien. Dat geldt ook voor andere vogels zoals koolmezen of nachtegalen. Kennis van de persoonlijkheid van het afzonderlijke dier geeft ons ook inzicht hoe het karakter van een dier kan worden beïnvloed. “De fundamentele kennis die we opdoen in de natuur kunnen we inzetten om het welzijn van dieren in de veehouderij te onderzoeken en uiteindelijk ook te verbeteren”, vult prof. Naguib aan.

Vogelzang

Uit eerder onderzoek van prof. Naguib onder nachtegalen kwam naar voren dat de vogel die een zingende soortgenoot interrumpeert meer kans maakt op nageslacht. Kennelijk kiest de luisterende vrouwtjesnachtegaal eerder voor de brutalere vogel. Soortgelijke interacties zijn er bij zingende merels en kraaiende hanen. “Maar de interactie is anders als er vrouwtjesdieren in de buurt zijn”, zegt de hoogleraar. “De vogels ‘spreken’ dan niet zozeer tegen elkaar, maar richten zich eerder op hun aandachtig luisterend ‘publiek’, geïnteresseerde vrouwelijke nachtegalen.”

Dit thema is onderzoek van de groep van prof. Naguib. In experimenten gaat hij met zijn medewerkers na welke sociale netwerken een individueel koolmeesmannetje onderhoudt. Door koolmezen van een lichtgewicht zendertje te voorzien kan de locatie in tijd en ruimte in een bos in beeld worden gebracht. Dan zijn ook de interacties met soortgenoten van het andere of hetzelfde geslacht zichtbaar. Op die manier kunnen de onderzoekers aantonen of vogels met een timide persoonlijkheidsprofiel meer of minder contacten onthouden dan de vrijpostiger soortgenoten. Een doel is om te bepalen of persoonlijkheidskenmerken binnen het sociaal netwerk van een dier invloed hebben op zijn fitness, en tot meer of gezondere nakomelingen leiden, aldus prof. Naguib. “In experimenten in het vrije veld gaan we dat onderzoeken”.

Experiment

Het experiment behelst een populatie van koolmezen die zijn voorzien van een zender en leven in een bos waar talloze ontvangststation zijn opgehangen. Zang en gedrag, verblijfplaatsen, vliegroutes en interacties met soortgenoten worden daarmee geregistreerd. Zo wordt zichtbaar welke buren de koolmees heeft en welke invloed de persoonlijkheden van de buren hebben op het gedrag. Dit onderzoek gaat informatie opleveren hoe flexibel koolmezen zijn. Een tweede experiment wordt gehouden met kippen in een pluimveehouderij, die eveneens van een minizender zijn voorzien en waar naast persoonlijkheidskenmerken ook met cognitietests bepaald kan worden of zij een optimistisch dan wel pessimistisch karakter hebben. Het bepalen van het sociaal netwerk is eveneens belangrijk om de mechanismen van verspreiding van ongewenst gedrag, zoals aggressie, en ook van ziektes binnen een groep vast te stellen. Veel contacten kunnen positieve effecten hebben maar houden dus ook een risico in. Hiermee kan de fundamentele kennis over vogelgedrag worden toegepast in de pluimveehouderij.

Een ander onderzoek gaat over de lawaaivervuiling en de invloed van lawaai op het gedrag van vogels. Bekend is dat soorten, als de nachtegaal, merel en andere vogels harder gaan zingen in een lawaaierige omgeving. De koolmees gaat zelfs hoger zingen om zijn stem tussen het geruis van motoren en machines te laten horen, maar over de invloed van lawaai in de pluimveehouderij is nog steeds niet veel bekend. “Ook daarbij speelt de vroege ontwikkeling weer en rol. Als jonge vogels of kuikens opgroeien in een goede en stabiele omgeving heeft dat gunstige effect op de latere sociale gedrag,” aldus prof. Naguib.