Nieuws

Beheersing van ridderzuring kost vooral in eerste jaar veel arbeid

Gepubliceerd op
16 augustus 2006

Het bestrijden van ridderzuring in grasland zonder chemische middelen vergt vooral in het eerste jaar veel arbeid. Wanneer de bestrijding goed wordt uitgevoerd en het graslandmanagement in orde is, kan de ridderzuringbezetting vervolgens met veel minder inspanning goed beheersbaar zijn. Dat is de conclusie van onderzoek binnen het project Bioveem naar bestrijding en beheersing van ridderzuring in grasland.

Vier Bioveem-deelnemers hebben methodes uitgeprobeerd en een eigen strategie ontwikkeld om (te) veel ridderzuring in grasland te verminderen en beheersbaar te maken. Twee methoden bleken succesvol. De eerste is met veel (externe) arbeid planten uitsteken in bestaand grasland. De tweede methode is scheuren, telen van graan met extra grondbewerkingen en rapen van zuringwortels en vervolgens herinzaai. Succesvolle vermindering van zuring kan echter teniet worden gedaan door fouten in grasland-management. Een open zode zorgt dat zuringzaden kunnen kiemen en tot volwassen planten ontwikkelen. De voorraad zaad in de bodem is namelijk praktisch onuitputtelijk op percelen waar ridderzuring heeft gestaan en het zaad blijft tientallen jaren kiemkrachtig.

Praktijkervaringen

Bovenstaande informatie is binnen het project Bioveem verzameld op basis van praktijkervaringen, veldproeven en literatuur. Zo heeft Bioveem-deelnemer André Mulder (Wijthem, zandgrond) zoveel mogelijk ridderzuring uitgestoken in zijn grasland. In het eerste jaar (2002) kostte dit circa 16 mandagen, in het tweede jaar nog 8. In het najaar van 2004 waren de aangepakte percelen vrijwel ridderzuringvrij. Bij Bioveem-deelnemer Jan Vis (Sijbekarspel, zavel) is een veldproef uitgevoerd. Door scheuren van grasland, telen van een tussengewas en een aantal keren wortels rapen na cultiveren kon de bezetting van volwassen ridderzuringplanten met 90% worden gereduceerd. Doordat de daarna ingezaaide grasklaver echter met te grote rijafstand is gezaaid, is wel extra aandacht nodig geweest om de zuringkiemplanten te verwijderen. Een tweede proef bij Jan Vis was zuring uitputten door beweiding met schapen. De planten werden wel kleiner maar het aantal niet minder en ze herstelden zich snel.

Bij Bioveem-deelnemers Marcel Schoenmakers (Driebergen, rivierklei) en Jan van Dorp (Alphen aan de Rijn, klei op veen) zijn eveneens ervaringen opgedaan met bestrijding van ridderzuring. Hun ervaringen bevestigen de conclusies bij Mulder en Vis.

Meer informatie kunt u vinden in het Bioveem rapport 14 "Beheersing van ridderzuring kost vooral in eerste jaar veel arbeid"... (PDF)