Nieuws

Alles over voer, uitlopen en verenpikkerij op bio-pluimveebedrijven

Gepubliceerd op
9 juni 2016

Op 22 april organiseerde BioForum Vlaanderen samen met onderzoekers van ILVO, Proefbedrijf Pluimveehouderij, Inagro en met financiële steun van Vlaanderen en CCBT een studiedag waarbij de resultaten van afgelopen onderzoek voor de biolegkippenhouderij werd teruggekoppeld met de sector.

Tijdens deze bijeenkomst zijn de resultaten van de projecten 'Healthy Hens', 'Kansen voor meer regionaal voer in het pluimveerantsoen' en 'Gebruik van uitloop'. Tot slot deelde gastspreekster Christine Nicol haar onderzoekerservaringen met verenpikken en gaf zij de aanwezigen praktische tips hierover.

Hieronder vindt u een overzicht van de verschillende resultaten per project.

Healthy Hens – Core Organic project Heerkens – ex- Ilvo

Het Europese onderzoeksproject ‘ Healthy Hens’ keek in acht landen welke managementfactoren en houderijomstandigheden in de biologische legkippenhouderij bijdragen aan diergezondheid, welzijn en uitloopgebruik. Gedurende drie jaar werden 114 biolegbedrijven bezocht in Oostenrijk, België, Denemarken, Duitsland, Italië, Nederland, Zweden en Engeland. In België werden oorspronkelijk 8 Vlaamse bedrijven opgevolgd, waarvan slechts van 5 bedrijven resultaten werden verwerkt. Door de diversiteit binnen de Vlaamse sector en het feit dat slechts een beperkt aantal Vlaamse bedrijven werden opgevolgd, gelden de resultaten misschien niet voor de hele Vlaamse biolegkippenhouderijsector, maar het onderzoek detecteerde toch een aantal aandachtspunten. Over het algemeen werd benadrukt hoe belangrijk een goed gebruik van de uitloop is voor algemeen dierenwelzijn en gezondheid . 

Resultaten

CCBT- project: Kansen voor meer regionaal voeer in het pluimveerantsoen

Ine Kempen van Proefbedrijf Pluimveehouderij, Annelies Beeckman van de bio-afdeling van Inagro en Ilvo-voedingsexpert Luc Maertens gingen samen met een groep van experts op zoek naar mogelijkheden om tot meer regionaal voer te komen: welke rantsoenen zijn mogelijk? 

Resultaten

CCBT- project: Gebruik van de uitloop

Een optimale inrichting van de uitloop helpt de kip om de uitloop beter te benutten. Dit heeft heel wat positieve effecten op velerlei vlakken.

Resultaten

Lezing over verenpikken door Christine Nicol

Gastspreker Christine Nicol, gerenommeerd dierenwelzijn onderzoekster van de Universiteit van Bristol bracht haar ervaringen met verenpikken mee. 

Binnen het project: ‘Behaviour quality of laying hens’  werd enerzijds bekeken welke types verenpikkerij er mogelijk zijn en welke aanpak verenpikkerij kon verminderen. Verenpikkerij komt in diverse stadia: lichte vorm, erge vorm en vent -of cloacapikken. Hierbij is heel duidelijk dat het niet om agressief gedrag gaat en dat er niet altijd een relatie tussen de diverse vormen te vinden is. Zo gaat lichte verenpikkerij niet noodzakelijk over in erge vorm van verenpikkerij.  

Ze vonden een groot verschil tussen de bedrijven die op 70 weken werden onderzocht. Bij de onderzochte bedrijven was 50% verrijkte kooi, 50% vrije uitloop  (en hiervan 2-3% bio legkippenhouders). Ondanks dat algemeen wordt aangenomen dat verenpikken bij elk ras en bij elke toom kan voorkomen, vonden de onderzoekers dat bij deze pluimveehouders er waren die stelselmatig en consequent, onafgezien van welk ras of welke toom, minder last hadden van verenpikkerij. Er werd een grondige wetenschappelijke literatuurstudie uitgevoerd waarbij de resultaten omgezet werden in een aantal praktische bedrijfsmanagementstechnieken. 

Een aantal van deze managementstechnieken werden omgezet in technische tips die je kan terugvinden op de Featherwel website.

Praktische tips vanuit het onderzoek

Een overzicht van een aantal praktische tips die de professor meegaf en die je ook in de presentatie terug kunt vindent: 

Scharrelruimte:

  • geef vroeg genoeg toegang tot scharrelruimte al is het slechts een paar uur
  • behoud de kwaliteit in de scharrelruimte: zorg voor ‘feetwipers/ voetvegers’ zodat vuil van buiten niet in de scharrelruimte terecht komt. Gebruik eventueel superabsorberende houtpellets die het vocht absorberen ( cfr gebruik in de paardenhouderij)
  • zorg voor pikblokken die lang meegaan ( vb via Ventomatic group te verkijgen,)

Uitloop:

  • zorg dat de kippen de uitloop goed benutten: via makkelijke toegang tot de uitloop, bekijk het door de bril van de kip, zorg voor attractieve uitloop

Rantsoen:

  • vermijd rantsoenwijzigingen en zorg dat voedergift niet interfereert of uitloop verhindert (door op momenten dat kip buitengaat ineens de voederketting in gang te zetten)- denk goed na over momenten van voedergift
  • de eerste voederbeurt voor de eileg is cruciaal. TO DO: er is nog een onderzoek nodig die de relatie tussen moment van voedergift en verenpikkerij nauwer onderzoekt

Stalinrichting:

  • verlichting in de nestboxen zorgt voor meer cloaca-picking

Opfok:

  • meestal is vezelgehalte te laag voor de opfok
  • rantsoenwijzigingen geeft 62% meer kans op verenpikken
  • leer jonge kuikens om pikblokken te gebruiken ( mogelijk andere inhoud nodig dan voor legkippen)
  • TIP: VK heeft heel goede ervaring met ‘dark brooders’: een soort van laag hok met gordijnen waar de kuikens de eerste weken onder kunnen zoals bij een moederhen- op die manier leren ze aparte ruimtes voor slapen en eten kennen waardoor vederpikken al van jongs af vermindert
  • Leer kuikens op die momenten ook al gewoon worden aan veranderingen, muziek, bezoek,…
  • In VK gaan biokuikens vanaf 8 weken de uitloop in: dat leert ze al van jongs af hieraan gewoon worden

De vraag die zich stelde was: werken die management strategieën en hebben ze ook een invloed op kostprijs en verliezen? Na grondige studie bleek dat verenpikken daalde in verhouding tot het aantal verschillende managementstechnieken dat werd toegepast. Zeker indien verschillende managementstechnieken van eenzelfde soort werden toegepas, zoals focus op scharrelen, focus op opfok. Dit had het meest effect op daling van verenpikkerij. 

Algemeen wordt in gangbaar en in het verleden ook in bio nog heel wat snavels gekapt. Dit is effectief tegen verenpikkerij. De vraag dit zich stelde was of toepassen van bedrijfsmanagementstechnieken voldoende waren om de schade van verenpikkerij te verminderen. Dit werd getest bij bedrijven die in 2 groepen waren gedeeld: groep 1 had al eens intacte snavels geprobeerd maar was er opnieuw vanaf gestapt. Groep 2 had nog geen ervaring met intacte snavels.  Het is mogelijk, zo bleek, maar er is een leerperiode voor nodig. Het bleek vooral heel moeilijk voor de bedrijven van groep 2, daar bleek ook sterftecijfer hoger en dierenwelzijn lager dan bij bedrijven van groep 1. De bedrijven van groep 1 toonden bij opnieuw toepassen van intact snavels in combinatie met bedrijfsmanagement technieken een drastische verbetering van het sterftecijfer en er was ook een grote verbetering van het dierenwelzijn. 

Er werd ook onderzoek gedaan hoe consumenten naar de dierenwelzijn bedrijfsmanagementstechnieken keken. Het bleek een ongelooflijke positieve impact te hebben op de consumentenperceptie van dierenwelzijn bij toepassen en communiceren over deze managementstechnieken.

Vraag: is de toomgrootte van belang bij verenpikkerij? Volgens de professor is inderdaad gebleken dat bij grotere toomgrootte er meer problemen zijn, maar volgens haar is dit eerder te wijten aan het feit dat de verhouding personeel/toom verlaagt. Bij grotere bedrijven is het eerder personeel en niet bedrijfsleider die de toom opvolgt en dat wordt het heel belangrijk hoe je je personeel opleidt om vanaf eerste signalen van verenpikkerij in te grijpen en aan je personeel die managementstechnieken ook aan te leren.

Vraag: verschil tussen volière en grondstallen mbt verenpikkerij? In UK nog weinig ervaring met volièresystemen.

Resultaten

 

Publicaties

Contact

An Jamart, Bioforum, an.jamart@bioforumvl.be