Dossier

Welzijn biologisch melkvee

De biologische veehouderij heeft veel oog voor natuurlijk gedrag, een goede gezondheid met nadruk op ziektepreventie, en natuurlijke voeding.

Het dierenwelzijn in de biologische sector heeft daarom een hoog niveau. Dit past goed bij de verduurzaming van de biologische veehouderij. In 2010 heeft de sector zichzelf een spiegel voorgehouden. Hieruit blijkt dat veel goed gaat op het gebied van dierenwelzijn, maar er zijn ook verbeterpunten. In dit dossier een overzicht voor de biologische melkveehouderij, met vooral aandacht voor aspecten waar nog welzijnswinst te behalen is.

Gezondheid

Een goede gezondheid staat in de biologische veehouderij voorop. Het streven naar een dier met veel weerstand en het inpassen van preventieve maatregelen in de bedrijfsvoering zijn dus uiterst belangrijk. Biologisch voer mag niet synthetisch zijn en grondstoffen moeten 100% biologisch zijn. Aanbod van ruwvoer is verplicht (aandeel ruwvoer minimaal 60% voor de biologische melkveehouderij). In geval van ziekte en een noodzakelijke behandeling moet bij voorkeur behandeld worden met kruidenpreparaten, homeopathische middelen, vitamines e.d., mits deze bewezen effectief zijn. Indien nodig kunnen zeer beperkt ‘gewone’ geneesmiddelen gebruikt worden. Biologische rantsoenen met weinig krachtvoer leveren in het algemeen weinig problemen op voor biologisch melkvee. De dieren komen minder vaak in een negatieve energiebalans terecht, en stofwisselingsziektes komen minder voor dan in de gangbare sector. Dit komt door selectie op een type koe dat beter past bij een groter aandeel ruwvoer. De melkproductie is wel gemiddeld lager dan op gangbare bedrijven, maar daar staat weer tegenover dat biologisch melkvee gemiddeld een jaar langer wordt aangehouden. Een ander pluspunt is dat biologische melkkoeien een betere been- en klauwgezondheid hebben dan gangbare koeien, door bredere toepassing van weidegang en gebruik van potstallen. Pluspunt is ook dat het gebruik van antibiotica in de biologische melkveehouderij aanmerkelijk lager is dan in de reguliere sector, maar er wordt nog relatief veel antibiotica ingezet bij de behandeling van klinische mastitis en bij het droogzetten van koeien met een hoog celgetal. Ook vormt leverbot in dit kader een toenemend probleem. Onthoornen, tenslotte, is nog toegestaan. Dit past niet bij de biologische uitgangspunten van streven naar natuurlijkheid en behoud van integriteit.

Comfort

Houderijomstandigheden zijn zeer bepalend voor de mate van comfort voor de dieren, waaronder comfortabel liggen en rusten, makkelijk bewegen en verplaatsen, en een comfortabele omgevingstemperatuur. De biologische melkveehouderij biedt hiertoe meer mogelijkheden dan de reguliere melkveehouderij, door een frequenter gebruik van potstallen en bredere toepassing van (onbeperkte) weidegang. In potstallen en in de wei kunnen de dieren in grote mate bepalen waar en in welke richting ze gaan liggen op een zachte ondergrond. In potstallen met ligbedden van strooisel en vaak mestgangen van betonvloeren (al of niet met strooisel) kunnen de dieren zich gemakkelijker bewegen dan in ligboxenstallen. In ligboxenstallen stoten koeien zich vaker, bijvoorbeeld aan het voerhek of aan afscheidingen, en komen speenbetrappingen vaker voor. Weides bieden, bij een goed management en goede weersomstandigheden, een zachte en schone ondergrond met grip en steun voor de koe.

Trefwoorden: welzijn, melkvee, gedrag, gezondheid, comfort

Contact

Marko Ruis, Wageningen UR, marko.ruis@wur.nl