Dossier

Ruwvoer in de biologische pluimveehouderijreden om ruwvoer te verstrekken

Ruwvoer hoort volgens de EU-regelgeving voor biologische productie deel uit te maken van het dagrantsoen van leghennen.

Maar welke producten komen in aanmerking en hoe biedt je ze aan? Waarom wordt ruwvoer gevoerd en wat zijn de effecten op de productie en gezondheid? In dit dossier leest u meer over de ervaringen van pluimveehouders.

Redenen om ruwvoer te verstrekken

De meest voorkomende reden om ruwvoer te verstrekken, is het afleiden en actief houden van de dieren. Door het aanbieden van foerageermateriaal op een jonge leeftijd leer je de dieren scharrelen, bodemgericht zijn en stofbaden. Hierdoor kan verenpikken worden voorkomen of beperkt. Ruwvoer voorziet ook in de behoefte aan structuur; belangrijk voor de darmwerking en darmflora, en daardoor ook voor de algehele weerstand. Tot slot kan ruwvoer een positief effect hebben op de kwaliteit van het strooisel.

Effect van ruwvoer

Het effect van ruwvoer op de hennen wordt door de veehouders voornamelijk positief ervaren en beoordeeld aan de hand van het gedrag van de hennen (scharrelen, praten, stofbaden), de rust in de groep, de mate van verenpikken door het beoordelen van het verenkleed en het aantal pikwonden, het blijven liggen van donsveren en de kwaliteit van de mest. Andere factoren zijn het percentage uitval en de eikwaliteit (smaak en kleur).

  • Het positieve effect van ruwvoer op de strooiselkwaliteit heeft vooral te maken met het droger en losser blijven van het strooisel.
  • Positieve effecten op de voeropname zijn vooral een betere opname en vertering van het standaardvoer.
  • Positieve effecten op het gedrag worden voornamelijk beschreven als dieren die actiever met de omgeving bezig zijn en minder op elkaar gericht, waardoor verenpikken uitblijft of binnen de perken blijft.
  • De positieve effecten op de gezondheid worden voornamelijk toegeschreven aan de droge mest.

De arbeid die ruwvoerverstrekking met zich meebrengt, vormt voor een aantal pluimveehouders de grootste belemmering voor een consequente toepassing. Ook de beperkte beschikbaarheid van biologische ruwvoeders, de hoge prijzen, de aanvoer en opslag en de strooiselkwaliteit worden als nadelig ervaren. Ook zijn de meeste stallen niet ingericht op het verstrekken van ruwvoer. In vervolgonderzoek zal hier aandacht aan worden besteed.


Aanbevelingen vanuit de praktijk

  • Strooi elke dag een beetje in plaats van in één keer heel veel.
  • Verspreid het ruwvoer over de ruimte, zodat alle dieren erbij kunnen.
  • Verstrek het ruwvoer vooral in de avond om onrust in de koppel te voorkomen.
  • Zorg dat er ’s middags ruwvoer aanwezig is; op dit tijdstip zoeken de dieren van nature voedsel en neemt het risico van verenpikken toe.
  • Houdt afwisseling in het ruwvoer anders verliezen de dieren interesse.
  • Voorzie de dieren van hele pakken of balen met net of gaas eromheen, dan wordt het minder rommelig.
  • Houd vol, want het loont!

Trefwoorden: ruwvoer, pluimveehouderij, voer

Contact

Cynthia Verwer, Louis Bolk Instituut, c.verwer@louisbolk.nl