Dossier

Bonenvlieg beheersen

De bonenvlieg (Delia platura) kan op biologische percelen grote schade aanrichten in gewassen als spinazie, pompoen en bonen. Kiemplanten lijden soms zo erg onder vraat, dat er opnieuw gezaaid moet worden.

Niet kerende grondbewerking in akkerbouw en vollegrondsgroenteteelt BioKennis

De bonenvlieg beschadigt zaden en/of wortels van vele soorten planten en gewassen. Vooral de eerste jaren na invoering van een teeltsysteem met niet-kerende grondbewerking lijken de kansen op aantasting toe te nemen.

Waarneming

Bonenvliegen kunnen worden gevangen met witte, gele of blauwe vangbakken, gevuld met water. Ook kunnen witte, gele of blauwe vangplaten worden gebruikt. De vliegen zijn aanwezig van april tot september, met een piek in mei. Doordat de bonenvlieg en koolvlieg moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn, heeft het gebruik van vangbakken de voorkeur.

Schade

De larven boren gangen in de kiemende zaden van gewassen. Daardoor staat de ontwikkeling van de plant stil en rotten de kiemplanten weg. Dit resulteert in een verminderde opkomst. Ook worden groeipunten uit kiemplantjes gevreten, waardoor verdere groei niet meer mogelijk is. Zo komen de bonenplanten nog wel boven de grond (met twee zaadlobben), maar ontbreekt de rest.

Natuurlijke vijanden

In de natuur is een groot aantal vijanden van de verschillende vliegensoorten bekend. Op dit moment wordt veel onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om deze natuurlijke vijanden in te zetten voor het beheersen van deze plaag. Voorbeelden van natuurlijke vijanden:

  • Schimmels
  • Aaltjes
  • Lopende natuurlijke vijanden:
    In het veld leven vele soorten (60-100) loopkevers en kortschildkevers (bijvoorbeeld Aleochara bilineata en Aleochara bipustulata), die verschillende soorten vliegen (ook bonenvlieg) vernietigen.
  • Vliegende natuurlijke vijanden:
    Sluipwespen (Trybliographa rapae) kunnen de populatieontwikkeling van de bonenvlieg remmen. In aanwezigheid van boekweitbloemen is de sluipwesp actiever op dit vlak. De sluipwesp voedt zich namelijk met nectar van deze bloem, leeft daardoor langer en kan meer nakomelingen produceren.

Grondbewerking

In een teeltsysteem waarin net is omgeschakeld naar niet-kerende grondbewerking, lijken de problemen met bonenvliegen toe te nemen. Ploegen zorgt er namelijk voor dat de poppen diep in de bodem terechtkomen, waardoor de vliegen na het uitkomen de oppervlakte niet meer kunnen bereiken. Bij niet-kerende grondbewerking neemt de kans op schade dus toe.

Maatregelen en tips

Om aantasting door de bonenvlieg te voorkomen, kunt u de volgende maatregelen nemen:

  • Ploegen vermindert de overleving van overwinterende poppen, net als bij koolvlieg.
  • Ploegen in het najaar heeft meer effect dan in het voorjaar.
  • Vermijd bemesting met organische meststoffen vlak voor zaaien of planten.
  • Zorg voor gunstige kiem- en groeiomstandigheden. Stagnatie van de groei vergroot de kans op aantasting.
  • Voorkom verstoring van de grond, leg het zaaibed een maand tevoren klaar.
  • Dek het gewas na zaaien af met insectengaas of vliesdoek.
  • Als er een populatie bonenvliegen aanwezig is, leid ze dan af met geurstoffen.
  • Bonenvliegen komen af op de geur van verterend plantaardig en dierlijk materiaal. Daarom is het waarschijnlijk niet verstandig om een mesthoop te hebben op een perceel waarop gevoelige gewassen geteeld worden.

Trefwoorden: bonenvlieg, bonenteelt, pompoenteelt, spinazieteelt

Contact