Dossier

Bemesting voor een goede grasklaver

Op veel biologische melkveebedrijven staat het eiwitgehalte in de kuilen onder druk. Lagere klaveraandelen door weers-invloeden zijn slechts gedeeltelijk de oorzaak.

Veel problemen met klaver komen door een te lage pH en een slechte kalivoorziening. De bemestingsplanner is hierbij een nuttig hulpmiddel.

Bemesting bij herinzaai

Grasklaver groeit het best op een stikstofarme stoppel. De lagere opbrengst na een voorvrucht van meerdere jaren grasklaver heeft overigens niet alleen met stikstof te maken. Ook bodemgebonden klaverziektes maken het de kiemplantjes van klaver moeilijk.

Bemesting eerste snede

Stikstofbemesting van de eerste snede is nodig voor een goede productie en voederwaarde. Hoeveel mest naar welk perceel gaat, hangt af van:

  • Klaveraandeel: Bemesting van de eerste snede heeft een groter effect op de totale gewasproductie bij percelen waar het klaveraandeel het laagst is.
  • Stikstofleverend vermogen (NLV): Een perceel met een hoog NLV heeft minder behoefte aan stikstofbemesting dan een perceel met een laag NLV.
  • Leeftijd grasklaver: Een jonge grasklaver - maximaal drie jaar oud - heeft nog weinig stikstof vastgelegd in de zode. Het effect van bemesten op voederwaarde en productie is dan groter dan bij een oude grasklaver.
  • Gebruik: Bij een lichte weidesnede is het eiwitgehalte in het gewas hoger dan bij een zware maaisnede en dat maakt de stikstofbemesting minder belangrijk.
  • Fosfaat- en kalitoestand: Bij een lage fosfaat- en kalitoestand wordt het belangrijker om te bemesten om de fosfaat- en kalivoorziening veilig te stellen.

beworteling.jpg

Bemesting vervolgsneden

Bemesting vervolgsneden

Een stikstofbemesting voor de vervolgsneden is niet nodig, omdat klaver dan volop groeit. Wel belangrijk voor de bemesting van de vervolgsneden is de fosfaat- en kali -voorziening.

Trefwoorden: grasklaver, kwaliteit van de kuil, bemesting

Contact

Nick van Eekeren, Louis Bolk Instituut, n.vaneekeren@louisbolk.nl